button sportnieuws wistjedat sportindex terdekking inthepicture keuringen evenementen tekoop
button stammoeder wieis sportpony keuringspony hengsten fotoboek medisch links

Medisch

Op deze pagina vindt u artikels die betrekking hebben op de gezondheid en medisch gebied betreffende paarden en pony's. Heeft u een interessant artikel laat het ons weten en wij plaatsen het op de site.

 

EIA virus.

09-07-2017

In de omgeving van het Duitse plaatsje Bad Bentheim is de besmettelijke ziekte Equine Infectieuze Anemia (EIA) vastgesteld. Het virus is uitgebroken op een paardenbedrijf. Derhalve geldt er een vervoersverbod.

De virale infectieziekte die bloedarmoede en terugkerende koortsperioden veroorzaakt is ook wel bekend als moeraskoorts. Het virus wordt verspreid door bloedzuigende insecten. Het paard bij wie de moeraskoorts werd vastgesteld, is zoals in de regels is aangegeven, ingeslapen. Tegen de ziekte is geen behandeling mogelijk.

Geen maatregelen

Stalhouders en ruiters woonachtig in het grensgebied van Twente en Duitsland zijn volgens RTV Oost geïnformeerd, maar maken zich niet veel zorgen. “We treffen geen bijzondere maatregelen, want je kan er niets tegen doen. Maar we gaan nu ook niet naar Bad Bentheim met de paarden”, liet een woordvoerder van springruiter Gert-Jan Bruggink weten.

Bron: RTV Oost

 

Zonschade door planten.

Sint-janskruid, Rode klaver, Boekweit en Jakobskruiskruid worden vanwege hun bittere smaak door de meeste paarden niet gegeten. En dat is maar goed ook, want deze planten kunnen fototoxiciteit veroorzaken bij paarden. Dit houdt in dat stoffen in deze planten onder invloed van zonlicht vrije radicalen afgeven en schade aanrichten aan de huid of de lever. dus niet alleen direct zonlicht op de witte huid op de neus, bles en witte benen kan zonnebrand veroorzaken...

Sint-janskruid Rode klaver
Boekweit Jakobskruiskruid

 

België opent kliniek voor stamceltherapie.

In het Belgische Lummen wordt op 2 mei een uniek ziekenhuis voor paarden geopend. De eerste kliniek in Europa waar stamceltherapie wordt toegepast op geblesseerde en zieke paarden.

Dierenarts Tom Marien is gespecialiseerd in stamceltherapie. Door zieke paarden stamcellen van gezonde paarden in te spuiten proberen ze hen te genezen. Zo is op de kliniek al een veulen behandeld met deze therapie die door de paardenbeul in België ernstig was toegetakeld. Topgeneeskunde, die zelfs voor mensen nog in de kinderschoenen staat.

Kijk hier naar een video over de kliniek.

 

Groot onderzoek naar erfelijke ziekten bij paarden.

Onlangs is een groot onderzoek gestart naar erfelijke ziekten onder paarden. Het gaat om ziekten die ernstige welzijnsproblemen veroorzaken voor de paarden en die de paardensector behoorlijke verliezen oplevert. Een aantal Europese onderzoeksinstituten waaronder Wageningen University neemt deel aan dit zogeheten HORSEGENE-project dat de erfelijke factoren zal ontrafelen met behulp van DNA-informatie. Doel is om paarden via fokkerij minder bevattelijk te maken voor erfelijke ziekten.

In het onderzoeksproject dat in februari is begonnen werken de universiteit van Leuven (België), de Animal Health Trust (Verenigd Koninkrijk), de Swedish University of Agricultural Sciences (Zweden) en Wageningen University samen met meer dan tien betrokken organisaties uit de sector. HORSEGENE heeft een looptijd van drie jaar. Er is een bedrag van in totaal 2,4 miljoen euro mee gemoeid.

Onder paarden komt een aantal ernstige, erfelijk overdraagbare ziekten voor die behalve het welzijn van de paarden aantasten, ook grote financiële gevolgen hebben voor de paardenhouders.

Het doel van het HORSEGENE-project is de genetische achtergrond van osteochondrose, staart- en maneneczeem en chronisch progressief lymfoedeem verder te ontrafelen. Via fokprogramma’s wordt het zo mogelijk om paarden minder bevattelijk te maken voor deze ziekten.

Osteochondrose is een ontwikkelingsstoornis in het kraakbeen van jonge, groeiende paarden en kan leiden tot een ernstige belemmering in het gebruik van het paard als gevolg van chronische of terugkerende kreupelheid. Staart- en maneneczeem is een seizoensgebonden allergische reactie op beten van Culicoides insecten (knutten) die leidt tot ernstige jeuk en zelfverminking ten gevolge van deze jeuk. Zowel osteochondrose als staart- en maneneczeem komen voor in vele paardenrassen wereldwijd.

Chronisch progressief lymfoedeem, ook wel bekend als chronische mok, wordt vooral waargenomen bij de zwaarder gebouwde paardenrassen met veel beharing aan de onderbenen en wordt veroorzaakt door een systematisch falen van het lymfesysteem en de elasticiteit van de huid. Getroffen paarden tonen een toenemende zwelling, verdikking en verharding van de huid van de onderbenen, wat vaak eindigt in ernstige misvorming van de benen en invaliditeit.

De wijze van overerving van deze ziekten blijkt complex te zijn en inspanningen om via traditionele selectie en fokkerij deze ziekten te verminderen, boeken beperkte vooruitgang. Daarom is een nieuwe aanpak nodig. Informatie op DNA-niveau van paarden kan bijdragen aan fokkerij- en selectiebeslissingen om de ernstige problemen, veroorzaakt door deze ziekten in de paardensector, te kunnen aanpakken en daarmee het welzijn van paarden te verbeteren.

Bron: Horses/ Persbericht Universiteit Wageningen

 

Stokmaat merrie van invloed op groei ET-embryo.

Embryotransplantatie (ET) begint steeds meer zijn weg te vinden in de paarden- en ponyfokkerij. De fokkers zijn qua ras erg kieskeurig als het om de ontvangstmerrie gaat. Een ET-renpaardveulen zal meestal een volbloed als surrogaatmoeder hebben en zelden bijvoorbeeld een Tinker. Fokkers zijn er namelijk heilig van overtuigd dat het onder andere het karakter van de surrogaatmoeder overslaat op het veulen. Als je dan een veulen met bepaalde ras typische eigenschappen wil fokken, kun je beter kiezen voor een merrie van het eigen ras of type. Een andere reden om niet voor een Tinker te kiezen, heeft natuurlijk met de maat te maken. Ook hier bestaan verschillende theorieën over, van "maximaal 10cm stokmaat verschil" tot "het veulen past zich aan aan de baarmoeder en groeit dan uit tot de genetisch bedoelde stokmaat". Maar is dat laatste eigenlijk wel zo?

Uit onderzoek uit de vorige eeuw bleek al een kruising uit een shirehengst en een shetlandmerrie kleine nakomelingen krijgen dan een shiremerrie en een shetlandhengst. Nu heeft men in Frankrijk onderzocht of de stokmaat van de ontvangstmerrie van invloed is op de stokmaat van het ET-veulen. De onderzoekers hielden nauwkeurig, gedurende zes maanden, de gegevens bij van 21 zelf gefokte ponyveulens en van 28 zelf gefokte rijpaardveulens (pure saddlebred). Na zes maanden werden de veulens gespeend.

Daarna werden zes ET-ponyembryo's in trekpaardmerries geplaatst, acht ET-rijpaardveulens in trekpaardmerries en zes ET-rijpaardveulens in ponymerries. Daarnaast waren er ook ponymerries en paardenmerries die hun eigen biologische veulen mochten dragen. De groei en de stokmaat van alle geboren veulens werden eveneens nauwkeurig onderzocht. Uit dit onderzoek blijkt dat de rijpaardveulens uit de trekpaardmerries niet groter waren dan de veulens die uit hun biologische moeder werden geboren. Maar gedurende de eerste zes maanden groeide deze ET-groep veulens wel veel sneller. De veulens uit de eigen moeders haalden deze spurt pas na in na het spenen.

Bij de ET-ponyveulens bleken de resultaten anders te liggen. De ET-ponyveulens uit trekpaardmerries waren bij de geboorte ruim 50 procent zwaarder dan de veulens uit hun biologische moeder. Na 18 maanden bleek dit verschil nog steeds aanwezig te zijn. De ET-rijpaardveulens gedragen door ponymerries waren veel kleiner en lichter bij de geboorte. Pas na het spenen haalden zij de groep veulens, geboren uit hun biologische moeder, in.

Uit dit onderzoek blijkt dat het voor ET-ponyveulens voordeliger is als de ontvangstmerrie een stuk groter is dan de biologische moeder. ET-paardenveulens uit een kleinere ontvangstmerrie hebben bij de geboorte een achterstand, maar lijken dit na het spenen in te halen.

 

Een tekenbeet.

Een teek lijkt op een plat spinnetje. Teken komen in het hele land voor in bossen, duinen, heidegebieden, beschutte weilanden, parken en tuinen. Daar leven ze in hoog gras en tussen bladeren. Teken leven van bloed van dieren of van mensen. Ze kunnen ongemerkt uren of zelfs dagen op de huid zitten en zich volzuigen met bloed. Meestal zijn tekenbeten onschuldig. Toch is het belangrijk een teek zo snel mogelijk te verwijderen. Teken kunnen namelijk besmet zijn met de borreliabacterie en de ziekte van Lyme overdragen.

Bij een infectie met de Borrelia-bacterie kan op de plaats van de tekenbeet dagen tot weken erna een rode plek ontstaan, die geleidelijk groter wordt en vaak centraal verbleekt, zodat een ring ontstaat. Niet iedereen die besmet raakt, krijgt een rode ring.

Verder kan men enige tijd na de tekenbeet griepachtige klachten krijgen, zoals hoofdpijn, stijve nek, koorts, spierpijnen en vermoeidheid. Deze klachten kunnen weer verdwijnen. Als de Lyme-bacterie zich door het lichaam verspreid, kunnen diverse symptomen ontstaan.

De ziekte van Lyme is een multi-systeem ziekte. Het kan leiden tot o.a. neurologische (zenuwstelsel/hersenen), dermatologische (huid), reumatologische (spieren en gewrichten), cardiologische (hart), opthalmologische (ogen) en psychiatrische klachten.

Een tekenbeet voorkomen begint met het contact met teken te voorkomen. Zolang men in de natuur op (verharde) paden blijft, en niet in aanraking komt met grassen, struiken, bomen, e.d., dan is de kans op een tekenbeet waarschijnlijk uiterst klein. Maar in de (paarden) weide komen ook teken voor. Controleer uzelf altijd als u buiten geweest bent op de aanwezigheid van teken. Als de teek binnen 24 uur verwijderd word is de kans op besmettting met borrelia minimaal. Ontsmet naar het verwijderen van de teek altijd het wondje met jodium of 70% alcohol.

Heeft de teek bloed gezogen en zit hij wat langer in het lichaam dan kunt u de teek ook in een goed gesloten plastick zakje opsturen naar Pro Healt in Weert. Hier onderzoeken ze of de teek de borrelia bacterie bij zich draagt, als dit niet het geval is kunt u ook niet besmet raken heeft de teek wel de borrelia bacterie bij zich dan kunt u in overleg met u huisarts prefentief een antibioticumkuur volgen. Let op teken kunnen ook andere ziektes overbrengen ook op honden, katten en paarden. Wees dus allert.

 

PPID ‘cushing’ vast te stellen met nieuwe test.

De Gezondheidsdienst voor Dieren biedt dierenartsen sinds oktober 2012 een nieuwe test aan om de paardenziekte Pituitary Pars Intermedia Dysfunction (PPID), vaak bekend als ziekte van cushing, vast te stellen. Met deze test wordt de ziekte vastgesteld aan de hand van de ACTH-waardes van het bloed. In de maanden augustus en september zijn deze waardes in het bloed van paarden met PPID het hoogst en is de ziekte het beste op te sporen, maar de test is het gehele jaar bruikbaar.

PPID wordt in de volksmond vaak ziekte van cushing genoemd. Bij mensen en honden komt deze ziekte ook voor, maar omdat de ziekteverschijnselen niet helemaal overeenkomen, heeft de ziekte bij paarden de naam PPID. Het is een hormonale aandoening waarbij er een storing optreedt in de aanmaak van de hormonen. In een deel van de hypothalamus worden de zenuwcellen aangetast, hierdoor wordt minder dopamine afgescheiden. Dopamine heeft een remmende invloed op de groei van het pars intermedia van de hypofyse. Door de verminderde aanmaak van dopamine groeit het pars intermedia. Dit zorgt voor de productie van een overmaat aan hormonen, waaronder ACTH. De ziekte is meestal te herkennen aan een lange, krullerige vacht. Andere verschijnselen zijn onder meer gedragsveranderingen en terugkerende hoefbevangenheid. De ziekte komt vooral voor bij paarden ouder dan vijftien jaar.

De aandoening is niet te voorkomen maar wel te behandelen. Behandeling kan plaatsvinden door paarden een medicijn toe te dienen waar dopamine (de remmende stof) in zit. Bij 75% van de dieren werkt het medicijn heel goed, de rest van de dieren reageert langzaam of niet op een behandeling.

Bron: Horses / GD

 

Dierenarts ontwikkeld methode voor pijnmeting.

Dierenarts-anesthesist Thijs van Loon, werkzaam bij de faculteit Diergeneeskunde in Utrecht, heeft een objectieve meetmethode ontwikkeld om pijn te meten bij paarden na een koliekoperatie. “Iedereen beoordeelt de pijnsignalen anders. Er was behoefte aan een objectieve en eenvoudige methode, waarmee de pijnbeleving is vast te stellen”, aldus de dierenarts, die dinsdag in Utrecht promoveerde op het onderwerp ’Pijnherkenning en pijnbehandeling van het paard’.

Pijn objectief meetbaar maken bij dieren is lastig. Bij paarden is dit nog moeilijker omdat het vluchtdieren zijn die hun pijn niet altijd laten merken. Van Loon en zijn team stelden daarom een vragenlijst op, waarbij dertien criteria worden afgewerkt en voorzien van een score. Het gaat daarbij niet alleen om fysiologische uitingen als hartslagfrequentie en ademhalingssnelheid, maar ook om gedrag en interactie. De vragenlijst levert een totaalscore op. “Eigenlijk werkt het vrij simpel. De behandelend dierenarts werkt een vragenlijst af met daarop een aantal variabelen. Die worden vertaald in een score die iets zegt over de klinische pijn bij een patiënt”, aldus Van Loon.

Volgens de dierenarts wordt door het hanteren van de dertien parameters subjectiviteit grotendeels uitgesloten. Het systeem voor paarden die aan koliek geopereerd zijn, kan al toegepast worden. Met aanvullend onderzoek zullen ook pijnsystemen voor andere soorten aandoeningen en patiënten beschikbaar kunnen komen in de toekomst.

Lokaal toedienen anesthetica
Thijs van Loon onderzocht ook het lokaal toedienen van anesthetica. Pijngewaarwording vindt niet alleen in de hersenen plaats, maar wordt ook voor een groot deel bepaald door verwerking van pijnprikkels in het ruggenmerg. Van Loon en zijn team maakten dit proces in het ruggenmerg meetbaar en onderzochten het effect van nieuwe pijnstillende stoffen. Zij ontdekten dat effectieve pijnstelling met minder bijwerkingen mogelijk was bij toediening van een lage dosering lokaal anesthetica of opiaten (morfine-achtige stoffen) via een ruggenprik. “Uiteindelijk kunnen we met meer kennis over pijn en de behandeling daarvan meer technieken en behandelmethoden ontwikkelen. Dit zal bijdragen aan een verbeterd dierwelzijn’, aldus Thijs van Loon.

Bron: Horses.nl/De Paardenkrant

 

Doorbraak in onderzoek hoefbevangenheid.

Wetenschappers aan de universiteit van Queensland (Australië) hebben een doorbraak bereikt in het onderzoek naar hoefbevangenheid. Bij hoefbevangen paarden worden vaak hoge concentraties insuline gemeten. De onderzoekers ontdekten dat de receptoren in de paardenhoeven die het eiwit IGF-1 horen te binden, bij sommige paarden mogelijk insuline binden. Als deze receptoren geblokkeerd kunnen worden, kan het optreden van hoefbevangenheid, waarbij insuline een rol speelt, in de toekomst mogelijk worden voorkomen.

Paarden hebben veel receptoren voor IGF-1 in de hoeven, maar geen receptoren voor insuline. IGF-1 en insuline lijken op elkaar. De wetenschappers vermoeden dat het daardoor mogelijk is dat IGF-1-receptoren door de insuline worden gestimuleerd en zich gaan binden aan het ‘verkeerde’ eiwit. Wellicht dat cellen in de binnenkant van de hoef die dit normaal niet doen zich hierdoor gaan vermenigvuldigen. Dit zorgt ervoor dat de binding tussen de hoefwand en het bot losraakt en hoefbevangenheid ontstaat.

De receptor die IGF-1 hoort te binden speelt bij mensen een rol bij het uitzaaien van kwaadaardige tumoren. In de humane geneeskunde wordt gewerkt aan het ontwikkelen van een medicijn dat deze receptoren kan blokkeren. Dergelijke medicijnen zijn mogelijk ook bruikbaar bij paarden.

 

Ook paarden kunnen EHEC bacterie dragen.

Ecoli

De bestmetingen die in Noord-Duitsland worden veroorzaakt door de EHEC bacterie zijn een geheel nieuwe stam van de E.colibacterie.

E.Coliebacterie is een van de meest voorkomende bacteriën in de dikke darmen van homoiotherme dieren (wil zeggen dat de lichaamstemperatuur altijd constant is), zoals zoogdieren, bv paarden en de mens. De E.Coliebacterie is nodig voor het verteren van voedsel.   

Behalve vertering heeft de symbiose van homoiotherme dieren met E.Coli nog een andere functie, namelijk het produceren van vitamine K. deze stof is nodig om in de lever trombinogeen te maken en zodoende de bloedstolling te laten functioneren. Ook helpt deze vitamine om Calcium op de goede plaatsen te krijgen en daar te houden.  

De EHEC is een supergiftige en zeer besmettelijke mutant die resistent is voor veel antibiotica. De EHEC-bacterie kan diarree, buikkramp en nierklachten veroorzaken.

Besmetting met EHEC komt meestal door het eten van onvoldoende verhit rundvlees of schapenvlees (barbecue, hamburgers), het drinken van rauwe melk of het eten van besmette rauwe groente. Ook contact met (mest van) besmet vee, of zwemmen in besmet water kan een EHEC-infectie tot gevolg hebben.  

Mens op mens besmetting met EHEC is ook mogelijk. De bacterie zit in ontlasting van besmette mensen en wordt overgebracht via bijvoorbeeld de toiletbril, de spoelknop of handvatten van toiletdeuren. Via de handen kan de bacterie zo in de mond van andere terecht komen.  

Omdat er nog geen vaccinatie tegen de EHEC-bacterie is, is goede hygiëne extra belangrijk om de verspreiding tegen te gaan. Ook wij werken inmiddels hard mee aan het onderzoek om de bacterie een halt toe te roepen.

Gertie Spijkers

 

Steeds meer paardenwormen resistent.

Uit de laatste onderzoeken is gebleken dat de bij paarden voorkomende wormen steeds vaker resistent zijn voor de meeste wormenkuren. De eerste vijf jaar zullen er ook geen nieuwe middelen op de markt verschijnen. De toekomst ziet er als volgt uit, paarden wormvrij maken is niet mogelijk wel kunnen we ze nog  verminderen.

Een andere bijkomstigheid is dat de lintworm ook zijn kop opsteekt bij paarden in heel het land. Daar hij eerder alleen in de Noordelijke provincies voorkwam zijn ze nu ook in Zuidelijk Nederland aangetroffen.  Een goed ontwormingsschema met de juiste middelen en dosering  is van groot belang.

Lezing: Willem Goesten
DAP Oisterwijk

spoelworm bloedworm lintworm
Spoelworm Bloedworm Lintworm

 

Onaangekondigd bezoek......

Het begon in december 2009 met wat gekuch tijdens het rijden. Niets alarmerends, soms hoestte ze wel meestal niet. Daarna volgde er een periode, dat ze niet meer vooruit te branden was en chagerijnig, niet te filmen! Zo kenden we haar niet, onze Jill, een 9 jarige new forest merrie (Valentino x Brummerhoeve Boss).

Nu was Jill niet de makkelijkste, maar zo als ze nu was….

Het hoesten bleef toch aanhouden en de dierenarts werd geconsulteerd, diagnose : luchtweg infectie en slijm op de longen. Met een anti-biotica zou ze weldra weer de oude zijn. En ja hoor, na de controle eind januari werd ze beter bevonden en konden we rustig weer aan de slag met licht werk. Een aantal weken ging het wat beter, maar als snel begon ze weer te hoesten. Weer de dierenarts gebeld en die constateerde weer een luchtweg infectie. Hoe kan dat nou toch? We zijn toch rustig aan begonnen en hebben niets geforceerd. Er stonden wel wat paarden te kuchen op stal, maar volgens de eigenaar was dat een onschuldig hoestje, want ze had de dierenarts erbij gehad! Weer de dierenarts erbij en weer een anti-biotica kuur erin! Helaas, het verbeterde nauwelijks.

De dierenarts had gelukkig een goede oplossing: dampen! Sederen op de kliniek en vervolgens een kleine 20 minuten met een kap op haar neus stoom met een slijmoplossend middel inhaleren. Elke week reden we 1 of 2 keer naar de kliniek om Jill deze behandeling te geven. En het hielp. Ik bleef elke keer bij haar zitten tijdens de behandelingen en zag heel wat vies geel slijm in de kap verdwijnen. Perfect!! Dit hielp heel wat beter, dan al die anti-biotica kuren, die ze achter de rug had. Vele behandelingen verder en ruim E1.000,- lichter werd Jill beter verklaard.

Een aantal maanden hebben we weer rustig kunnen opbouwen en een enkel wedstijdje werd weer gereden. De springlessen gingen erg goed en er werd besloten toch maar met springen officieel te gaan starten. L1 dressuur met 16 winstpunten was toch een mooie basis!

Op 25 september 2010 zou Naomi met Jill haar debuut springen hebben in Ermelo tijdens de New Forest Sportdag. We hadden ons enorm verheugd op deze dag, vorig jaar was immers erg gezellig en het weer was prachtig…… Helaas, we hebben weer moeten afmelden. Jill liep weer te hoesten en was niet meer vooruit te branden. Na 10 m lopen liep ze te hijgen en te puffen of ze zojuist een SGW- M parcours had afgelegd.

Weer de dierenarts erbij en weer anti-biotica. Zou er dan iets op stal heersen? Onmogelijk volgens de eigenaar. Na een paar dagen kreeg ze ook nog eens enorme dikke benen en wilde ze eigenlijk helemaal niet meer lopen. Op stal de oren in de nek, achter in de stal apatisch staan kijken en zeker een maand of 2 diaree. Weer de dierenarts erbij en de diagnose was ADENO VIRUS.  Alleen de diaree kon hij niet plaatsen, dat kwam alleen voor bij vogels met dit virus. Maar ja, hoe dan ook, ze had het wel. Waarschijnlijk had ze het vorig jaar ook al, maar door de dikke benen werd de diagnose nu wel heel duidelijk. Therapie: veel anti-biotica, vochtafdrijvers en rust veel rust. Het liefst in de wei en alleen doen, wat de pony aangeeft, wat ze kan. Wil ze maar 10 m stappen, niet forceren, dan maar 10 m stappen.

De leefomgeving bleek achteraf ook verre van ideaal voor onze pony, dus zijn we verhuisd naar een stal, waar ze elke dag op de wei mag, al is het maar een uur of 2. Volgens de dierenarts een goede beslissing, een pony is tenslotte een buitendier!

Jill staat nu 3 mnd op een andere stal. Ze kan snuffelen aan de buren en hangt met haar hoofd buiten de staldeur. Ze gaat elke dag op de wei en we merken, dat ze weer plezier heeft in het leven. Als je haar roept of buiten zet galopeert ze bokkend door de wei. Naomi heeft alweer een paar keer op haar gereden en dat ging heel erg goed. Ze is niet meer kortademig  en heeft weer zin om te lopen. We hebben echt even gedacht, dat we haar kwijt zouden raken.

Willem, bedankt! Als jij deze diagnose niet had vastgesteld, waren wij onze vriendin kwijt geweest!

Zoals het er nu uitziet, kan Jill in het voorjaar weer een keer mee op wedstrijd. Voorlopig doen we het nog rustig aan.

Wel wil ik nog even kwijt, dat iedere paarden eigenaar hoesten niet moet onderschatten. Achter dit onschuldige kuchje bleek een levensbedreigend virus te zitten! Beter de dierenarts een keer voor niets laten komen, dan te laat. Ik weet wel, dat als ze nog een keer hoest dezelfde week de dierenarts bij ons op de stoep staat.

RP

 

Mogelijkheden voor embryotransplantatie nemen toe.

Steeds meer eigenaren kiezen ervoor een veulen van hun paard te laten dragen door een andere merrie. In 2005 waren er negen dierenartspraktijken die embryotransplantatie aanboden, inmiddels zijn dat er al zo’n twintig.

Embryotransplantatie biedt eigenaren verschillende voordelen, omdat hun merrie het veulen niet zelf hoeft te dragen. Dat betekent dat ze meerdere veulens per jaar kan krijgen. Merries met (gynaecologische) problemen kunnen zo bovendien toch een veulen krijgen. Ook met tweejarige paarden kan op deze wijze al gefokt worden, want een merrie hoeft niet uitgegroeid te zijn om een embryo te leveren. En misschien wel de belangrijkste reden: de sportmerrie kan gewoon op concours. De keuze tussen de merrie uitbrengen in de sport of met haar fokken hoeft niet meer te worden gemaakt.

informeer bij een aantal dierenartsen en embryotransplantatiecentra naar de kosten van embryotransplantatie. Opvallend zijn de verschillen in de hoogte van de bedragen. Zo kost alleen de uitspoeling van het embryo bij de ene dierenarts 150 euro en bij de ander 278 euro. Bij laatstgenoemde liggen de kosten voor implantatie juist laag.

De klinieken bieden verschillende mogelijkheden voor transplantatie. Zo kan men bij sommige klinieken terecht met hun eigen draagmerrie, terwijl anderen het embryo opsturen naar een embryotransplantatiecentrum. Deze centra bieden draagmerries aan voor verhuur of verkoop. De gehuurde of gekochte merrie blijft ongeveer 50 dagen bij het transplantatiecentrum. 

 

Hoge boetes bij verzwijgen van meldingsplichtige ziekten.

Op het verzwijgen van een meldingsplichtige dierziekte staan hoge boetes. Dat meldt demissionair minister Gerda Verburg aan de Tweede Kamer.

Een dierhouder of dierenarts die een meldingsplichtige ziekte vaststelt en daarvan de overheid niet op de hoogte brengt, riskeert een boete van maximaal 19.000 euro bij onopzettelijk verzwijgen tot maximaal 76.000 euro bij opzettelijk verzwijgen.

Het is afgelopen jaar volgens Verburg niet voorgekomen dat dierhouders de meldplicht hebben overtreden. In het afgelopen jaar zijn 1240 verdenkingen gemeld aan de nieuwe Voedsel en Waren Autoriteit. Het betreft hier verdenkingen van aangifteplichtige, waaronder ook bestrijdingsplichtige, dierziekten. In 141 gevallen is de betreffende dierziekte door middel van ambtelijke monstername bevestigd, schrift Verburg.
Afhankelijk van de dierziekte zijn er aanvullende maatregelen genomen. Deze kunnen variëren van het inzetten van een behandeling met antibiotica, tot het
instellen van vervoersverboden en het ruimen van alle voor de dierziekte
gevoelige dieren op een bedrijf.

Tot de aangifteplichtige dierziekten behoren onder meer:

Afrikaanse paardenpest
Blauwtong
Brucellose
Equine Infectieuze anemie
Mond- en Klauwzeer
Pseudo-vogelpest
Q-koorts
Klassieke Varkenspest
Vogelgriep
Ziekte van Aujeszky

Klik hier voor de volledige lijst.

 

Moeraskoorts bij Nederlands paard in Groot-Brittannië.

In het Britse Northumberland is bij een uit Nederland afkomstig paard Equine Infectious Anemia (EIA, 'moeraskoorts') gevonden. Dit bevestigde het Department for Environment, Food and Rural Affairs (DEFRA) gisteren.

Uit een groep van zes paarden die vanuit Nederland in Groot-Brittannië arriveerde, werd één paard positief getest op EIA. De andere vijf dieren zijn niet besmet. Het erf waarop het paard zich bevindt, is inmiddels afgesloten. Veterinair Nigel Gibbens: "Omdat we deze ziekte buiten Groot-Brittannië willen houden, heb ik besloten het paard te laten euthaniseren."

World Horse Welfare (WHW) waarschuwt paardeneigenaren op te passen voor infectie met de ziekte, die koorts, bloedarmoede, vermagering en overlijden kan veroorzaken. Bijtende insecten brengen het virus over bij uitwisseling van bloed. De ziekte komt voornamelijk voor in laaggelegen, moerassige gebieden. Directeur van WHW, Roly Owers, vindt het nieuws extreem zorgwekkend. "Het toont de verandering van de omgeving waarin we leven aan. De belangrijke vraag is waar deze paarden vandaan kwamen, gezien in Nederland tot op heden nog geen gevallen van EIA voorkwamen. Doordat steeds meer paarden door Europa reizen zien we een groeiende bedreiging door de verspreiding van ziektes."

EIA werd meermaals gevonden in Roemenië en Italië. Roemenië is een van de grootste exporteurs en Italië is de grootste importeur van slachtpaarden in Europa. Ondanks regelgeving voor paardentransport, zijn er nog steeds gevallen van EIA in Europa. Vorige week werden in Duitsland drie paarden met EIA gevonden. De Duitse regering denkt dat ze illegaal waren geïmporteerd vanuit Roemenië.

WHW adviseert paardeneigenaren goed op te letten bij het kopen van een paard uit het buitenland en raadt iedereen af paarden te importeren vanuit Roemenië. Eigenaren moeten zeker weten dat elk paard dat ze kopen een paspoort en microchip heeft en dat de regels omtrent ziekten zijn gevolgd.

 

FEI maakt detectietijd medicijn voor kreupele paarden bekend.

De FEI laat in haar strijd tegen doping onderzoek uitvoeren naar de detectietijden van verschillende veelgebruikte paardenmedicijnen. Uit recent onderzoek blijkt dat de opsporingstijd van het bij kreupelheid intra-articulair (in de gewrichten) toegediende medicijn methylprednisolone acetate in een dosering van 200 milligram ongeveer 28 dagen bedraagt. Bij een dosering van 100 milligram is het medicijn veertien dagen meetbaar.

Onder de detectietijd wordt de tijd verstaan die een werkzame stof nodig heeft voordat deze onder het niveau komt te liggen waarop de FEI een monster positief verklaard. De FEI waarschuwt dat de detectietijd bij een paard kan afwijken door bijvoorbeeld de plaats van injectie. De wachttijd dient daarom in samenspraak met de dierenarts te worden bepaald. De FEI adviseert een veilige marge toe te voegen aan de detectietijd.

Klik hier voor een lijst met detectietijden van meer medicijnen.

 

Aardvlo mogelijk inzetbaar tegen jakobskruiskruid.

De Jakobskruidaardvlo biedt volgens onderzoekers van het Louis Bolk Instituut mogelijk uitkomst bij de bestrijding van de opmars van het voor vee giftige jakobskruiskruid. In het buitenland zijn al overtuigende resultaten geboekt met de aardvlo: tot 100 procent afname na introductie van de kever. Vervolgonderzoek moet uitwijzen of deze kever ook voor Nederland een geschikte oplossing blijkt.

Merijn Bos van het Louis Bolk Instituut heeft Jakobskruiskruid in Nederlandse graslanden bestudeert en de insecten die daar van de plant leven. "Op de planten troffen we vooral de bekende zebrarupsen van de Jakobsvlinder aan. De rupsen voeden zich wel met de plant, maar laten hun gastheer in leven. De Jakobskruidaardvlo troffen we niet aan, maar die komt in het natuurlijke habitat (de zeeduinen) wel massaal voor op Jakobskruiskruid. en gaat veel grondiger te werk dan de vlinder." De kever verplaatst zich nauwelijks door vliegen. Dit kan de reden zijn waarom de kever landinwaarts weinig wordt gevonden. Mogelijk komt dat ook door bijvoorbeeld bodemomstandigheden of natuurlijke vijanden.

aardvlo

"In ons vervolgonderzoek willen we de Jakobskruidaarvlo een handje helpen door ze uit te zetten en vervolgens te monitoren hoe ze zich handhaven op zandgebieden buiten de duinen", vertelt Bos.

EntoCare in Wageningen gaat onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om de kever te vermeerderen om ze te kunnen uitzetten. "Vanuit de veehouderij en natuurbeherende organisaties krijgen we al positieve reacties. De kever is gewoon Nederlands en wordt zelfs al af en toe landinwaarts aangetroffen, dus zijn er geen beperkingen om de kevers of eieren uit te zetten", aldus Bos.

Klik hier voor het onderzoeksrapport.

 

Botulisme eist paardenslachtoffers.

Het Vlaamse informatiecentrum voor de landbouw (Vilt) meldt dat botulisme gevaarlijk kan zijn voor paarden. Door het drinken van besmet water is het mogelijk dat paarden een vergiftiging oplopen. De overlevingskans van een zieke dier is minimaal.

Begin dit jaar sloeg een uitbraak van botulisme toe bij stal Austriahof in Beveren-Waas. Chris van Wolvelaer en zijn zoon Wesley verloren zeven wedstrijdpaarden. Na de dood van het eerste paard ontstond het vermoeden dat het paard via voordroogkuil botulisme had opgelopen. Na het vervangen van het hooi stierven echter meer dieren. Bij controle van het water werden twee bacteriën aangetroffen die de botulisme-uitbraak veroorzaakten. Vermoedelijk was het drinkwater van de paarden verontreinigd door uitwerpselen van besmette vogels.

"We treffen botulisme frequenter aan sinds paardenhouders hun dieren meer kuilvoeding en voordrooghooi geven. In de in plastic gewikkelde balen hooi kunnen kadavers van vogels of andere kleine diertjes sukkelen. Meestal zien wij een vijf à tien uitbraken per jaar, het blijft dus wel uitzonderlijk. De overlevingskansen voor de zieke dieren zijn miniem", aldus een woordvoerder van Vilt.

Botulisme is een vergiftiging die veroorzaakt wordt door bacteriën, veelal afkomstig uit kadavers van rottende dieren. Typerend zijn de verlammingsverschijnselen die niet door de bacterie zelf veroorzaakt worden, maar door het door die bacterie afgescheiden gif botuline. Dit veroorzaakt een blokkade van de signaaloverdracht van zenuw naar spier.

 

Esdoornschimmel mogelijke oorzaak atypische myopathie.

Wetenschappers van de Universiteitskliniek Paard, onderdeel van de faculteit Diergeneeskunde in Utrecht, vermoeden dat een esdoorn- schimmel de veroorzaker kan zijn van atypische myopathie. Er zijn esdoornbladeren en/of esdoorntakjes gevonden in alle weilanden van door wetenschappers onderzochte paarden met atypische myopathie.

Al eerder stelden onderzoekers van de Universiteit Utrecht de biochemische oorzaak van atypische myopathie vast: een verstoring van de vetverbranding, in de humane geneeskunde bekend als ‘MADD’ (Multiple Acyl-CoA Dehydrogenase Deficiëntie). Het idee ontstond dat er een nog onbekende ‘toxische trigger’ betrokken moest zijn bij het ontstaan van de verstoorde vetverbranding. Die boosdoener lijkt na onderzoek van paarden met atypische myopathie misschien gevonden te zijn.

Wetenschappers onderzochten veertien paarden die verdacht werden van atypische myopathie in de herfst van 2009 en lente van 2010. Bij zeven van deze paarden werd na urineonderzoek de diagnose atypische myopathie gesteld. In de weides waar de paarden stonden zijn bij al deze dieren esdoornbladeren en/of esdoorntakjes gevonden. Uit het Nederlands epidemiologisch onderzoek bleek het eten van esdoornbladeren met een endofyt erop een rode draad te zijn in het optreden van atypische myopathie. De wat zoete smaak van esdoornbladeren met een endofyt (symbiotische schimmel) is misschien aantrekkelijk voor paarden. Het kliniekteam van Inwendige Ziekten Paard, Universiteitskliniek Paard, hoopt het vermoeden na meer onderzoek wetenschappelijk te kunnen onderbouwen.

Atypische myopathie
Atypische myopathie tast de spieren aan. Symptomen zijn koorts, stijfheid en onderkoeling. Ook kunnen de paarden wat kolieksymptomen hebben. De overlevingskans is slechts tien procent. De ziekte zorgt voor dodelijk verlopende spierafbraak die in het late najaar of in het vroege voorjaar sporadisch optreedt. Atypische myopathie kan binnen 24 uur fataal zijn voor een tot dan toe kerngezond paard. Het onderzoek naar atypische myopathie wordt binnen Europa geleid door dr. D.M. Votion van de Universiteit in Luik.

 

Mogelijke oorzaak atypische myopathie ontdekt

Onderzoekers van de universiteit in Bern zijn er mogelijk in geslaagd de veroorzaker van de dodelijke ziekte atypische myopathie op te sporen. De wetenschappers onderzochten of de toxine van de bacterie clostridium sordellii iets te maken kan hebben met de ziekte. Het onderzoek wees uit dat deze toxine inderdaad een rol speelt bij het optreden van atypische myopathie.

De onderzoekers onderzochten met behulp van elektronenmicroscopie monsters van (hart)spierweefsel van paarden met atypische myopathie. Deze resultaten vergeleken zij met monsters van muizen die aangetast waren door de dodelijke toxine van de bacterie clostridium sordellii. De veranderingen in het weefsel bij zieke paarden en besmette muizen kwamen ongeveer overeen. Met behulp van de techniek immunohistochemistry ontdekten de wetenschappers bovendien overeenkomsten in de aanwezige antilichamen. Uit deze onderzoeksresultaten concluderen de onderzoekers dat de bacterie een rol moet spelen bij het optreden van de ziekte, maar of de bacterie de directe veroorzaker is blijft nog onduidelijk.

Atypische myopathie tast de spieren aan. Symptomen zijn koorts, stijfheid en onderkoeling. Ook kunnen de paarden wat kolieksymptomen hebben. De overlevingskans is slechts tien procent. De ziekte zorgt voor dodelijk verlopende spierafbraak die in het late najaar of in het vroege voorjaar sporadisch optreedt. Atypische myopathie kan binnen 24 uur fataal zijn voor een tot dan toe kerngezond paard. Het onderzoek naar atypische myopathie wordt binnen Europa geleid door dr. D.M. Votion van de Universiteit in Luik.

Klik hier voor meer informatie.

 

Nieuw apparaat ontdekt koliek snel

Belgische onderzoekers ontwikkelden een nieuw apparaat (FLASH) om koliek snel op te sporen. Koliek kan hiermee binnen een kwartier opgespoord worden en het paard kan hierdoor een stuk sneller geholpen worden.

Door een nieuw echo-apparaat kunnen dierenartsen specifieke gebieden in de buik scannen op vocht of opgezwollen of gedraaide darmen. Algehele echografie bij paarden is al mogelijk, maar dat neemt veel tijd in beslag. FLASH kan specifieke gebieden van de buik snel onderzoeken, constateren waar de koliek zich bevindt waardoor snel opereren mogelijk is. Dierenartsen die met de FLASH willen werken hebben slechts een training nodig van een uur om de techniek onder de knie te krijgen.

"FLASH werkt uitstekend op de gebieden die wij hebben uitgeprobeerd", aldus onderzoeker Valeria Busoni van Faculteit Diergeneeskunde van Universiteit Luik. "Als er geen koliek wordt ontdekt met FLASH, moet de dierenarts evengoed nog een rectaal onderzoek en een complete echografie maken. De onderzoeksmethode met FLASH is bijna volmaakt, maar er blijven altijd uitzonderingen", meldt Busoni.

 

Nieuwe behandeling bij hartritmestoornis

Onderzoekers van de Amerikaanse universiteit van Californië voerden onlangs in het paardengezondheidscentrum in Davis een bijzondere behandeling uit bij een paard met een hartritmestoornis. Door middel van inwendige defibrillatie werd het onregelmatige hartritme van Massoun hersteld.

Massoun, het paard van Jody Carlson-Astrom, kreeg een abnormaal hartritme na behandeling met quinidine sulfate. Door een katheter in de rechterhalsader brachten de onderzoekers twee elektroden in bij het paard. De eerste plaatsen ze in de longslagader en de tweede in de rechterhartkamer. Het paard was tijdens de plaatsing van de elektroden licht verdoofd. Na bevestiging werd het paard onder gehele narcose gebracht, waarna de elektroden met hulp van een defibrillator het hartritme reguleerden.

Na de behandeling bleef het paard nog enkele dagen in het paardengezondheidscentrum in Davis. Massoun is weer thuis bij zijn eigenaresse in Los Angeles waar het erg goed met hem gaat.

 

Paardenbot vervangt menselijk bot .

Collageen (lijmvormende eiwitstof) uit paardenbot blijkt geschikt om te implanteren in het menselijk lichaam. Dit blijkt uit onderzoek van kaakchirurg Marloes Nienhuijs van het Universitair Medisch Centrum St Radboud (UMC) in Nijmegen. Dit botmateriaal is na implantatie in een ander lichaam zelf in staat om nieuw bot te vormen. Paardenbot lijkt daarmee geschikter voor hersteloperaties dan bijvoorbeeld kunstbot.

schedel
Nienhuijs experimenteerde met het collageen uit paardenbot op een rat en een geit. Bij beide dieren groeide nieuw bot op de gewenste plek. Onder meer na een behandeling van kanker kan een gat in mensenbot ontstaan, bijvoorbeeld in de kaak. Specialisten repareren zo'n gat tot op heden met kunstbot of met eigen bot elders uit het lichaam van de patiënt. Deze technieken hebben echter allebei grote nadelen, zoals ernstige pijn. Nienhuijs zocht daarom naar een andere oplossing en vond die in paardenbot. Deze oplossing is volgens haar beter en goedkoper.

 

Paarden werden 2000 jaar geleden al gecastreerd .

Yuan Jing, archeoloog aan de Chinese academie voor sociale wetenschappen kwam tot de conclusie dat paarden 2000 jaar geleden waarschijnlijk ook al gecastreerd werden. De archeoloog bestudeerde meer dan 600 paarden uit het Terracottaleger, die meevochten in het Terracottaleger. De paarden werden gevonden in de graftombe van Qinshihuang, een leider die regeerde van 221 tot 207 voor Christus.

520 van de paarden hadden wel een penis, maar geen testikels; 116 van de paarden hadden wel testikels. Volgens de archeoloog geeft dit meer inzicht hoe mensen in die tijd paarden behandelden.

De graftombe werd in 1974 gevonden net buiten Xi'an, de hoofdstad van provincie Shaanxi in China. De tombe staat op de UNESCO-lijst van werelderfgoederen.

 

Mogelijke oplossing gevonden voor sarcoïden bij paarden .

Onderzoekers van de Universiteit van Glasgow denken dé oplossing voor sarcoïden te hebben gevonden. Ze ontwierpen een niet giftige crème die direct op de sarcoïd kan worden aangebracht.

Sarcoïden zijn goedaardige huidtumoren die veroorzaakt worden door het boviene papillomavirus (BVP). De tumoren kunnen oplopen van een tot honderden per paard. Op dit moment is er al een crème op de markt, maar die is giftig. Hij mag vanwege veiligheidsmaatregelen alleen door de dierenarts worden aangebracht en door huisbezoeken van de dierenarts kunnen de kosten hoog oplopen.

Ook zijn er andere manieren om sarcoïden te verwijderen. Een dierenarts kan de tumor bevriezen, zoals bij de mens met wratten gedaan wordt. Het dier moet meerdere keren behandeld worden tot de tumor verschrompeld en er vanzelf afvalt. Ook kan de tumor ingespoten worden met geneesmiddelen die voor tumoren bij de mens gebruikt worden. Deze methoden is echter erg duur.

Professor Lubna Nasir van de Universiteit in Glasgow: "Niemand heeft het ooit voor elkaar gekregen de huidtumoren te laten verdwijnen. Wij ontdekten dat de sarcoïdencellen leven op één soort proteïnen. Toen we de proteïnen afremden, verminderde de sacroïd ook. Uiteindelijk verdween de hele tumor."

De tests werden uitgevoerd en gefinancierd door 'Horse Trust'. Professor Nasir gaat verder met het testen van de crème op huidtumoren bij paarden.

 

LTO: wees alert op paardenziekte.

De vakgroep paardenhouderij van LTO Nederland roept paardenhouders op alert te zijn op de virusziekte Equine Infectious Anemia (EIA). Paarden die besmet zijn vertonen koorts, sloomheid en gebrek aan eetlust. De meldingsplichtige ziekte is recent opgedoken in België en Engeland, bij paarden die afkomstig waren uit Roemenië.

Equine infectieuze anemie is een virale paardenziekte die niet op de mens overdraagbaar is. Na een incubatieperiode van meestal één tot drie weken, maar soms ook drie maanden, kan de ziekte zowel acuut als chronisch verlopen. De acute versie gaat gepaard met koorts, zenuw-, hart- en bloedsymptomen (anemie). De ziekte kent soms een dodelijk verloop, terwijl een groot aantal dieren nooit symptomen vertoont. Stress of andere ziekten kunnen de ziekte opnieuw activeren. De dieren worden voornamelijk via het bloed besmet, door insectenbeten of besmet materiaal (bijvoorbeeld naalden).

De dieren blijven levenslang besmet en vormen zo een besmettingsbron voor andere paarden. Er bestaat geen behandeling of vaccin. Besmette dieren worden dus afgemaakt om de verdere verspreiding van de ziekte te vermijden.

 

Veulens hebben vaak breuken in het hoefbeen.

Uit een Amerikaans onderzoek blijkt dat een breuk in het hoefbeen bij veulens niet zeldzaam is. Het onderzoek werd uitgevoerd op één fokkerij in een tijdsperiode van een geboorteseizoen. Alle twintig onderzochte veulens hadden een breuk in het hoefbeen in het eerste levensjaar. Bij elkaar opgenomen hadden de twintig veulens 61 breuken.

"Breuken in het hoefbeen bij veulens wordt vaak niet opgemerkt, omdat de veulens niet kreupel lopen. De breuken genezen vanzelf binnen vier tot zes maanden", aldus onderzoeker Dascanio.

De cijfers
Een paard kan zijn hoefbeen op twee verschillende plaatsen breken, namelijk de binnenkant (mediale breuk) of de buitenkant (laterale breuk). Twintig veulens hadden grote breuken (soms in combinatie met middelgrote of kleine breuken), zeven hadden een middelgrote breuk (soms in combinatie met kleine breuken) en vier veulens hadden alleen kleine breuken. Zestien veulens hadden breuken in het hoefbeen van een van de voorbenen. Alle veulens hadden minstens één mediale breuk in minimaal één been. Achttien veulens hadden een laterale breuk. Negen veulens hadden zowel een mediale breuk als een laterale breuk.

 

breuk

 

Hengst of merrie veulen?

Vanaf volgend jaar is het mogelijk om op geslacht geselecteerde veulens te fokken. Het gebruik van op geslacht geselecteerd sperma, in combinatie met kunstmatige bevruchting wordt in het dekseizoen 2010 aangeboden aan fokkers.

In de paardensector is het algemeen bekend dat sommige bloedlijnen betere hengsten voortbrengen en andere bloedlijnen betere merries. Gezien de economische omstandigheden lijkt het daarom efficiënter het geslacht van keuze te produceren in plaats van in de wilde weg te fokken in de hoop het gewenste geslacht te krijgen. Daarnaast is het misschien gemakkelijker een ongeboren veulen te verkopen als het geslacht al bekend is.

Uit onderzoek blijkt dat in 95 procent van de gevallen het gewenste geslacht ook daadwerkelijk kan worden bepaald en behaald.

Tegenstanders vrezen dat door het bepalen van het geslacht de balans tussen de sexen scheef gaat groeien. Kortom: men is bang dat er van het ene geslacht meer paarden komen dan van het andere geslacht. Voorstanders van geslachtsbepaling noemen dat zeer onwaarschijnlijk. Volgens hen zullen er altijd fokkers zijn die alleen hengstveulens willen produceren en andere die alleen merrieveulens willen produceren.

Vooralsnog is Sexing Technologies het enige bedrijf dat op geslacht geselecteerde veulens kan waar maken. Het bedrijf raad fokkers aan om nu alvast sperma van de gebruikte hengst te selecteren en op te sturen, zodat men op tijd is voor het volgende dekseizoen.

 

Paard ligt genetisch dicht bij mens

Het genoom van het paard ligt verrassend dicht bij dat van de mens. Tot die conclusie komt een internationaal team wetenschappers, dat zijn bevindingen vandaag publiceert in het wetenschappelijk tijdschrift Science. De resultaten kunnen nuttig zijn in de zoektocht naar medicatie voor menselijke aandoeningen.

Uit het onderzoeksrapport ‘Genome Sequence, comparative Analysis and population of the domestic horse’ blijkt dat 17 van de 32 chromosomen van het paard vergelijkbaar zijn met de mens. Paarden zijn ook vatbaar voor meer dan 90 erfelijke ziekten die gelijkenissen vertonen met ziekten die voorkomen bij de mens. ,,Paarden en mensen leiden aan overeenkomstige ziekten. Het identificeren van de genetische oorzaken bij paarden, verschaft ons daarom ook meer informatie over de aandoeningen bij mensen”, zegt Kerstin Lindblad-Toh, een van de onderzoekers van het Massachusetts Institute of Technology uit Cambridge.

Het genoom van het paard bestaat uit 2,7 miljard moleculen die het DNA vormen. Dat is net iets meer dan de hond en iets minder dan de mens (2,9 miljard moleculen). Volgens het onderzoek zijn er net iets meer dan 20.000 genen van het paard verantwoordelijk voor het coderen van de proteïnen. Daarvan zijn er ongeveer 17.000 vergelijkbaar met die van de mens, de muis en de hond.